Visie op de transitie van de jeugdzorg naar gemeenten

De jeugdzorg moet anders en beter. Over die conclusie zijn vrijwel alle rapporten en onderzoeken die de laatste jaren zijn verschenen eensluidend. Deze rapporten spreken weliswaar over successen die dankzij toegewijde professionals en ondanks het bestaande stelsel zijn geboekt, maar gaan vooral in op de tekortkomingen van de huidige inrichting van de jeugdzorg. Die zijn kort samen te vatten als: we zien problemen te laat, we handelen niet snel genoeg, het speelveld is te vol en als gevolg daarvan hebben we te maken met veel afstemmings- en aansluitingsproblemen. In de woorden van René Paas, voorzitter van de VNG commissie Zorg om Jeugd: ‘de ingewikkelde wereld van de jeugdzorg is geen natuurverschijnsel, we hebben haar zo gemaakt’.

Zorgwekkend is de constatering dat we in Nederland enerzijds het hoogste welbevinden onder de ‘doorsnee’ jeugd hebben, maar anderzijds een explosieve groei zien van het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van een vorm van zorg. Te vaak leidt dit ertoe dat zij niet meer in hun normale omgeving kunnen participeren1. Deze ontwikkeling vraagt om verklaringen, maar noodzaakt ook tot grondige bezinning op de bestaande inrichting van de jeugdzorg. De evaluatie van de Wet op de jeugdzorg bevestigt deze conclusie. Het is onvoldoende gelukt om de samenhangende zorg die met de wet werd beoogd te realiseren. Een omslag is nodig naar een vereenvoudigd stelsel en een nieuwe manier van werken. Het vorige kabinet heeft zich uitgesproken voor decentralisatie van jeugdzorg naar gemeenten. Het huidige kabinet heeft deze lijn met het regeerakkoord bevestigd:

• gemeenten worden financieel en uitvoeringstechnisch verantwoordelijk voor de uitvoering van alle jeugdzorg die nu onder het Rijk, de provincies, de gemeenten, de AWBZ en de ZvW valt.

• er moet één financieringssysteem komen voor het huidige preventieve beleid, de huidige vrijwillige provinciale jeugdzorg, de jeugd-lvg en jeugd-ggz.

• de Centra voor Jeugd en Gezin zullen bij de overheveling naar de (samenwerkende) gemeenten gaan dienen als front office voor alle jeugdzorg van de gemeenten. De verwachting is dat decentralisatie van de jeugdzorg gemeenten de mogelijkheid biedt om zorg en ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen op een andere manier vorm te geven. Door het samenvoegen van verschillende financieringsstromen en het laten vervallen van het recht op zorg zijn gemeenten naar verwachting beter in staat om een samenhangend aanbod van toegankelijke hulp en ondersteuning te organiseren en gespecialiseerde vormen van zorg efficiënter in te zetten.

lees hier het hele artikel