Slechte communicatie leidt tot enorme vraag naar jeugdzorg

“Het grootste probleem rond de jeugdzorg is op dit moment niet zozeer de regie en de financiering, waar iedereen het over heeft, maar de enorm sterk stijgende vraag naar jeugdzorg. Een grote bron van die vraag ligt buiten het domein van de jeugdzorg zelf. Ouders zouden deel uit moeten maken van een bredere civil society; onder meer door betere contacten te hebben met scholen en andere ouders dan nu het geval is.” Aan het woord is Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht.

Steeds meer kinderen lijken problemen te hebben

“Er zijn veel problemen in de jeugdzorg, rondom samenwerking, verkokering en bureaucratie. Maar hét centrale probleem is het gegeven dat steeds meer kinderen een stoornis lijken te hebben en behandeld moeten worden”, aldus De Winter. Volgens hem is dat zeer opmerkelijk, omdat er niets in ons voedsel of drinkwater is veranderd dat zo’n gigantische stijging verklaart. Hij verwondert zich over de vragen: Hoe komt het dat steeds meer kinderen zorg nodig hebben? Waar ontstaat de behoefte om kinderen van labels (ADHD, dyslexie, hoogbegaafdheid) te voorzien? Waarom is er sprake van overdiagnose?

Bron van de enorme vraag naar jeugdzorg ligt in de civil society

De Winter geeft aan dat er in het regeerakkoord ‘een paar zinnen staan’ dat de jeugdzorg ‘flexibeler en kwalitatief beter’ moet worden. “Het antwoord zoekt het kabinet in decentralisatie van bevoegdheden en regie naar het gemeentelijke niveau en een efficiencykorting van een paar honderd miljoen. Maar ik geloof er weinig van dat het probleem ligt bij de regie.” Op zichzelf vindt hij het overhevelen van de regie van de provincie naar de gemeente geen oplossing voor het soort problemen dat speelt. Hij pleit voor het verplaatsen van de blik naar een veel groter domein dan de jeugdzorg alleen om de problemen op te lossen. Een grote bron van de vraag naar jeugdzorg ligt volgens hem buiten dat domein, namelijk in de zogenaamde civil society.

Slechte communicatie tussen scholen en ouders onderling

De hoogleraar zoekt de remedie voor problemen voor een groot deel dus buiten de jeugdzorg. Hij vindt dat de communicatie tussen ouders en scholen op dit moment heel slecht is. De Winter: “Er is geen tijd meer voor huisbezoeken en ouders zijn druk druk druk. Het gevolg is dat de contacten onder de maat zijn. Als de school dan een probleem meldt bij de ouder, voelt die zich beledigd. Het eind van het liedje is dat er vaak een professional aan te pas moet komen om te beoordelen wat er met het kind is. Maar meestal is er niks mis met het kind. Vaak gaat het om variaties van het normale die ouders moeilijk te pruimen of te accepteren vinden.” Volgens hem heeft dat ook te maken met individualisering en het feit dat ouders het idee hebben dat ze er alleen voor staan en alleen voor hun kind verantwoordelijk zijn. Er zijn bovendien weinig communicatiekanalen tussen ouders. Hij stelt dat ouders het aantrekkelijk vinden om de problemen die ze zelf ervaren aan professionals voor te leggen. De professional is de bron van sociale steun geworden. Hij vindt dat een hele onwenselijke ontwikkeling.

Belang van communicatie en ervaringen uitwisselen

Professionals zouden hun expertise moeten gebruiken om de communicatie tussen ouders en scholen te verbeteren, vindt De Winter. “Leer schoolteams hoe je met ouders praat en leer ouders hoe je met school praat. Of laat professionals als mediator in zo’n proces optreden.” Ervaringen uitwisselen tussen ouders onderling blijkt bovendien een enorme verlichting en support te geven. Ouders worstelen namelijk met dezelfde dingen. Maar toch is het delen van ervaringen niet vanzelfsprekend want “opvoeden doe je zelf en je hangt de vuile was niet buiten”, aldus De Winter. Daardoor worden problemen vaak vertaald naar hulpverleningsvragen, stelt de hoogleraar.

Ouders moeten deel uitmaken van brede civil society

De Winter vertelt dat veel onderzoek laat zien dat kinderen beter gedijen als zij opgroeien in een rijk sociaal netwerk, bestaande uit meer (generaties) volwassenen dan alleen het eigen gezin. De individualisering waarin wij leven heeft er toch een soort gezinssysteem van gemaakt waarin gezinnen geïsoleerd van elkaar opereren en opvoeden. En vanuit het perspectief van de ontwikkeling van kinderen vindt hij dat een verarming. “Het is belangrijk dat ouders deel uitmaken van een brede civil society, veel goede contacten hebben met scholen, en dat de school als het ware van hen zelf is. Dat is heel anders dan de werkelijkheid: nu zijn scholen professionele bolwerken waarbij ouders consumenten zijn van de producten en diensten die ze leveren.”

Inhoudelijk concept belangrijker dan de bestuurlijke vraag

De Winter vreest bij het overhevelen van de jeugdzorg naar gemeenten voor het herhalen van oude patronen. “Grote steden hebben ondersteuning en een ambtelijk apparaat, die kunnen dat wel goed zelf regelen. Maar kleinere gemeenten zoals Loon op Zand of Houten moeten op het gebied van de jeugdzorg noodzakelijkerwijs gaan samenwerken met andere gemeenten.” Hij is bang dat mensen dan zo veel bezig gaan met hoe dat organisatorisch, financieel en bestuurlijk allemaal moet, dat er van een inhoudelijk concept niks terecht komt. Volgens de hoogleraar wordt het dan een mislukking en krijg je de zoveelste herhaling van zetten, stelselwijzigingen et cetera. “Als je de heil verwacht van verandering van schaalniveau en regie dan kom je bedrogen uit. De nieuwe bestuurlijke vorm biedt zeker kansen, maar die kun je alleen grijpen als je er ook een inhoudelijk concept onder legt.”

Kansen van decentralisatie

De kans van decentralisatie ziet hij in het maken van verbindingen tussen de werelden van professionals en de civil society. “Je kunt professionals makkelijker gaan inzetten in de civil society, nu zij onder 1 regie komen. De professionals kunnen ouders en burgers helpen met hun empowerment en communicatie. Maar dat gaat niet vanzelf.” Onlangs verscheen het nieuwste boek van De Winter onder de titel ‘Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding’ (Uitgeverij SWP Publishers), waarin hij onder meer in een hoofdstuk beschrijft hoe aan de pedagogische civil society invulling te geven.

Positief jeugdbeleid

Ten slotte pleit de hoogleraar voor ‘positief jeugdbeleid’. Hij geeft aan dat jeugdbeleid op dit moment is gericht op het voorkomen van elk mogelijk probleem (criminaliteit, overlast, schooluitval et cetera). Jeugdbeleid is volgens hem een voortraject voor jeugdzorg geworden, terwijl hij deze vragen essentieel vindt: Wat voor soort samenleving willen wij zijn voor onze jeugd? Hoe houden we de stad aantrekkelijk, uitdagend voor de jeugd, in een tijd van vergrijzing? Hoe zorg je ervoor dat jongeren zo goed mogelijk met elkaar kunnen samenleven in de stad? Dáár zou jeugdbeleid volgens De Winter over moeten gaan.

Bron: Simone Ketelaars, Nicis Institute