Persoonsvolgend budget geeft de client geen macht

Persoonsvolgende bekostiging leidt in de praktijk nog niet of nauwelijks tot vraaggestuurde zorgvernieuwing. Gebrek aan keuzemogelijkheden en traditionele afhankelijkheidsrelaties blijken de voornaamste spelbrekers. Dit constateert de Stuurgroep Persoonsvolgende bekostiging Drenthe op basis van een door VWS bekostigde pilot.

Hefboom

De essentie van Persoonsvolgende bekostiging (PVB) is dat het geld de zorgvrager volgt naar de instelling van zijn keuze en de invulling van zijn zorgbehoeften. Dit leidt tot meer sturingskracht van mensen zelf. Daarmee kan PVB een hefboom zijn voor vraaggestuurde zorgvernieuwing. Om deze veronderstellingen te toetsen heeft het ministerie van VWS vorig jaar in Drenthe een experiment uitgezet in de gehandicaptenzorg.

Weinig onderscheidend

Hoewel de basisgedachte achter het PVB volgens de Stuurgroep PVB Drenthe “fundamenteel juist” is, blijkt de praktijk weerbarstig. Om te beginnen is het aanbod in Drenthe diffuus en weinig onderscheidend, waardoor er voor de zorgvrager weinig te kiezen valt. Bovendien blijken zorgaanbieders weinig geneigd om zorgvragers door te verwijzen naar andere aanbieders, die naast samenwerkingspartners ook concurrenten zijn. Daarbij vinden medewerkers het betuttelend, wanneer ze zorgvragers al te nadrukkelijk vragen om hun keuze voor een bepaalde zorgaanbieder te motiveren.

Obstakels

Ook aan de kant van de zorgvragers en hun belangenbehartigers zijn er obstakels. Een deel van de zorgvragers is onvoldoende in staat om op rationele gronden te kiezen. Ouders of vertegenwoordigers komen vaak evenmin aan kiezen toe omdat ze allang blij zijn dat er plaats is voor hun kind of ze houden zich stil om de relatie met de zorgaanbieder goed te houden. Dit laatste is met name van belang omdat er veelal sprake is van een levenslange relatie met de zorgaanbieder.

Empowerment

De Stuurgroep PVB komt met verschillende aanbevelingen om de persoonsvolgende bekostiging te optimaliseren. De zorgvrager zou met name ondersteund moeten worden bij het zoeken naar objectieve informatie. Ook moet er ruimte zijn voor onafhankelijk advies. Met het oog hierop adviseert de stuurgroep om in de provincie Drenthe een centraal informatie- en adviespunt voor mensen met een verstandelijke beperking op te zetten. Binnen dit orgaan zouden cliëntenorganisaties, zorgaanbieders, MEE, gemeenten, CIZ en de zorgverzekeraar samen moeten werken aan de empowerment van mensen met een verstandelijke beperking en hun vertegenwoordigers.

Bron: Skpir, Philip van de Poel