Centrum voor Jeugd en Gezin geen frontoffice van jeugdzorg

De negatieve lading die de afgelopen 10 jaren op het woord ‘jeugdzorg’ is gelegd, is geen sinecure gebleken. Het Centrum voor Jeugd en Gezin moet geen frontoffice worden van de jeugdzorg.

In 1995 moest het Bureau Jeugdzorg de enige toegang worden tot de jeugdzorg. Alle ambtenaren en verantwoordelijk bestuurders en zelfs wetenschappers zagen die stelselwijziging vervolgens volkomen mislukken. Vervolgens constateerde iedereen dat steeds meer ouders en jeugdigen een beroep gingen doen op de capaciteit van de jeugdzorg. Deze kon niet alleen de vraag niet aan (wachtlijsten), maar had en heeft ook onvoldoende effectieve interventies die werkelijk problemen oplossen. Of de groeiende vraag naar jeugdzorg maatschappelijk gezien überhaupt geaccepteerd moet worden, is niet aan de orde.

Om de toenemende vraag in te dammen, werden de indicaties scherper, de kwaliteitseisen hoger, de methodieken gekocht in de VS, de diagnoses gedifferentieerder, de beroepsgroepen specialistischer en het aantal doelgroepen groter. Dus werden de jeugdigen en hun ouders verwezen naar de con-cullega en weer verder. De verwijsmachine was een feit.

Iatrogene schade noemen we dat. Door de halsstarrige wijze waarop de politiek naar de jeugdzorg kijkt (altijd bang en met een bestuurlijke en financiële bril), houdt men nog immer een moloch in stand waar iedereen over praat, schrijft, debatteert, maar waar niets meer vanuit gaat. Conclusie is dan ook onvermijdelijk. De jeugdzorg zou niet meer moeten bestaan.

De financiële middelen die nog onder toenmalig minister Rouvoet van Jeugd en Gezin als Sinterklaas zijn uitgedeeld aan de gemeenten zijn per 31 december 2011 op. De gemeenten krijgen dus geen geld en geen jeugdzorg. Het Centrum voor Jeugd en Gezin is straks nog het enige overblijfsel van een roerig tijdperk. Maar of dat erg is?

Toch is er eensgezindheid in jeugdzorgland. Iedereen is het er over eens dat er generalisten nodig zijn die in de wijk en in de buurt bekend zijn en met gezinnen problemen voorkomen. Dat is de toekomst. Een professional die verstand heeft van het gewone leven en zich richt op het herstel ervan als dat nodig is. Zo’n professional weet zich straks gesteund door allerlei anderen die op de achtergrond mee denken en kijken. Zo iemand zet het netwerk van een man of gezin weer in. De gemeente heeft de regie vanuit een visie op opgroeien in de buurt, waar samenhorigheid of noaberschap 3.0 nieuw elan krijgt. Waar ouders moeten opvoeden en aangesproken worden op hun verantwoordelijkheid. Waar jeugdzorg volstrekt overbodig is.

Harm Wijgergangs