Ik vergeet soms naar mijn werk te gaan

Het alarm op Joyce’s Blackberry helpt herinneren dat ze naar haar werk moet gaan.
Vijftien procent van de bevolking is licht verstandelijk beperkt, met een IQ tussen de 50 en 85. Voor mensen die scoren tussen de 50 en 70, is hulp beschikbaar. Wie daarboven zit, krijgt pas hulp als hij diep in de problemen zit, bijvoorbeeld als hij met de politie in aanraking komt. Een vroege signalering zou helpen.

Uit de mobiele telefoon van Joyce (21) klinkt elke morgen na haar gewone wekker nog een deuntje. Bij dat alarmpje verschijnt een tekstje: ‘Naar werk!’, gevolgd door de naam van het bedrijf waar ze iedere doordeweekse ochtend naartoe moet om te gaan werken. Is dat niet raar? Dat ze er ‘s morgens elke keer aan herinnerd wordt dat ze naar haar werk moet? Dat is toch iets wat ze onthoudt?

“Nee, dat onthoud ik niet”, vertelt Joyce. De Nederlandse uit de Haagse Schilderswijk legt uit dat het extra wekkertje voor haar geen overbodige luxe is. “Daar kwam ik achter nadat ik nooit op afspraken verscheen. Ik ging op een gegeven moment niet eens meer naar school. Mijn hoofd zat vol, leek het wel. Het deed gewoon pijn.”

Joyce heeft een IQ van 84 en is daarmee volgens de experts ‘licht verstandelijk beperkt’ en nog specifieker ‘zwakbegaafd’. Zij valt onder de groep met een IQ tussen 70 en 85 die ‘zwakbegaafd’ wordt genoemd. Mensen die tussen de 50 en 70 scoren heten ‘licht zwakzinnigen’. Bij die groep is hun licht verstandelijke beperking eenvoudiger op te merken. Omdat ‘zwakbegaafden’ moeilijker zijn te onderscheiden van mensen met een net iets hoger IQ, worden zij niet automatisch gezien als mensen die hulp nodig hebben. Deze groep valt, zonder tijdige signalering en begeleiding, tussen wal en schip.

Joyce wil niet met haar volledige naam in de krant, omdat ze straks anders in haar omgeving ‘als gek’ wordt gezien. “Want dat ben ik niet. Ik heb wel psychische problemen, maar die komen door mijn achterstand. Mijn hoofd kan niet alles even goed verwerken en laat zaken die net te veel worden, gewoon vallen. Die vergeet ik, zoals om naar mijn werk te gaan. Dat heeft mijn omgeving pas sinds een paar jaar in de gaten. Daarvoor had ik het gevoel dat niemand mij begreep, waardoor ik mij ook daarnaar ging gedragen, met alle gevolgen van dien.”

Peter Deman, arts verstandelijk gehandicapten en manager zorg bij de Parnassia Bavo Groep in Den Haag, legt uit dat het leven voor een licht verstandelijk beperkt mens in deze maatschappij erg moeilijk kan zijn. “Alles verandert snel. De technologie wordt ingewikkelder. De economische crisis die we nu doormaken, zorgt ook voor problemen. Om mee te kunnen komen, moet iemand verfijnde sociale vaardigheden hebben. Niet iedereen beschikt daarover. Of omdat die nooit zijn aangeleerd, of omdat ze die gewoon niet begrijpen. Zwakbegaafden kunnen alle ontwikkelingen nauwelijks bijbenen.”

Vroeger was dat anders, zegt Deman. Toen kwamen de niveauverschillen niet zo snel en duidelijk naar boven, hooguit bij de schoolresultaten. Nu lopen de zwakkeren bij veel meer zaken achter. “Bij een groep jongeren bijvoorbeeld, zie je iedereen met een iPhone lopen. Het is stoer om ook zo’n ding te hebben. Maar een licht verstandelijk beperkte weet er niet mee om te gaan. Hij beseft niet dat er een abonnement bij hoort. Hij zorgt ervoor dat hij ook een iPhone krijgt, waarbij hem een abonnement voor twee jaar wordt aangesmeerd. Vervolgens gebruikt hij die smartphone naar hartelust. Deze jongen heeft geen idee van een limiet en stort zich in de schulden. Dat probleem wordt groter als hij ouders heeft die arm zijn, en hij zelf niet wordt geholpen.”

Terug naar Joyce in de Schilderswijk. Zij past in het plaatje dat de specialist schetst. Ook zij heeft schulden en beheerste haar uitgavenpatroon niet. “Ik wist nog net hoe mijn Blackberry werkte, maar hoeveel het kostte om daarmee te bellen en te surfen wist ik niet. Ik had geen geld, want ik had geen werk, op een paar los-vaste baantjes na. Mijn moeder, bij wie ik thuis woonde, kon mijn rekeningen ook niet meer betalen. Ik dacht toen dat ik iemand nodig had die dat voor mij kon doen.”

En die persoon kwam. Hij leek voor Joyce wel als een geschenk uit de hemel: Fariz, een mooie Marokkaanse jongeman met een gepimpte Seat Leon en dure kleren. “Ik ontmoette hem in de wijk. Ik ging wel meer met Marokkanen om, ook in het jongerencentrum, dus daar was niets nieuws aan. Ook niet voor mijn moeder. Maar hij was toch een ander verhaal. Achteraf bleek hij een crimineel met meer meisjes die hij allemaal in de prostitutie had gedwongen. Hij was een loverboy, en ik was zwak. Gelukkig werd hij op tijd opgepakt en kon ik stoppen als prostituee. Dat werk had ik net een maand gedaan. Ik was blij, want ik vond het echt niet leuk. Ik weet niet waarom hij dat deed en hoe ik achter hem aan ben gelopen als een hondje. Ondertussen had ik ruzie met mijn moeder. Ik heb haar zelfs een keer geslagen. Ik ben blij dat ze van me bleef houden en dat ze mij wel weer wilde zien. Dat is nu zo’n drie jaar geleden. Ik woon nu in een begeleidwonenproject en werk in een bedrijf waar mensen die extra hulp nodig hebben, wel worden aangenomen. Ik maak sieraadjes. Erg leuk werk.”

Arts Deman kan zich heel goed voorstellen dat iemand als Joyce beslissingen neemt waarvan ieder ander zou zeggen dat ze niet verstandig zijn. “Dat zie ik wel vaker. Een licht verstandelijk beperkt persoon kan een probleem onvoldoende analyseren. Van deze jongeren wordt sneller misbruik gemaakt, zowel financieel als seksueel. Zij kon de gevolgen niet overzien. Achteraf zegt ze spijt te hebben, maar die verstandelijke beperking blijft voor de rest van haar leven. Zonder begeleiding zal ze dezelfde fouten weer maken. Voorkomen zou beter zijn.”

Peter Deman, arts voor verstandelijk gehandicapten van de Parnassia Bavo Groep in Den Haag, zegt dat er in Nederland te veel wordt gekeken naar het intelligentiecijfer alleen. “Licht verstandelijk beperkten zijn vaak sociaal en economisch zwak. Ook hebben ze grotere kans op lichamelijke en psychiatrische aandoeningen. Daarbij spelen in achterstandsbuurten cultuur en traditie een beperkende rol. Bovendien leven veel mensen daar onder of rond de armoedegrens en zijn er bovengemiddeld veel multiproblematische (éénouder)gezinnen. Iemand die geestelijk niet sterk genoeg is, komt dan bijvoorbeeld in de gevangenis terecht. Terwijl hij of zij juist hulp en structuur nodig heeft.”

‘Een app voor de wijkagent kan misdrijven voorkomen’
Een pasklare oplossing voor de problemen van licht verstandelijk beperkten in Nederland is niet zomaar te bedenken. Maar er zijn wel mogelijkheden, zoals vroege signalering, gevolgd door een snelle diagnose. “Ja, dat ze sneller hulp nodig hebben dan ze nu krijgen, is evident”, zegt Wouter Touw van Stiom, kennis- en expertisecentrum voor zorg in achterstandswijken in Den Haag. In rijkere stadswijken met meer hoger opgeleiden vangt het gezin of de kennissenkring een deel van de problemen op, of trekt op tijd aan de bel.

De World Health Organization schrijft dat zeven procent van de bevolking licht verstandelijk beperkt is. Volgens de Nederlandse cijfers en definities is dat vijftien procent. Daarvan is zeker zestig procent sociaal verminderd zelfredzaam. Lang niet iedereen uit die groep heeft adequate begeleiding. Pas als ze ernstig in de problemen komen, bijvoorbeeld een arrestatie door de politie, komen de lage cognitieve vermogens aan het licht.

“Dat is al te laat. Het liefst wil je iemand eerder hulp bieden en een misdrijf voorkomen”, zegt Touw. “Als bijvoorbeeld de wijkagent of jongerenwerker bij een lastige jongere het gevoel heeft dat er meer met hem of haar aan de hand is, moet de professional daar iets mee kunnen doen. Een handig instrument voor de wijkagent kan bijvoorbeeld een app op de smartphone zijn. Daarmee doorloopt hij een lijst van een aantal vragen waaruit moet blijken of iemand zwakbegaafd is en welke hulp moet worden ingeschakeld. Ook zou dat programma tips kunnen bieden over hoe iemand het beste kan worden bejegend. Zo’n lijst met indicatoren voor zwakbegaafdheid bestaat al, die moet alleen nog geïmplementeerd worden.”

Na een vroege signalering moet meteen de diagnose volgen. “Daarvoor moet een deskundige, zoals een arts voor verstandelijk gehandicapten of een psychiater direct in de wijk beschikbaar zijn. Die kan dan bijvoorbeeld meteen naar het bureau om met die jongere te praten of hem te observeren. De arts kan dan verdere behandeling of hulpverlening voorschrijven, bijvoorbeeld gedrags- of psychotherapie en ondersteuning thuis.”

Hoewel een dergelijke aanpak geld kost, zo stelt Stiom, bespaart het ook veel geld. Voor de jongeren zelf is het belangrijk dat men beseft dat ze de consequenties van hun daden niet overzien. “Vanuit menselijk perspectief is het humaner om hen adequaat te ondersteunen”, zegt Touw. “Zwaardere hulpverlening zal dan minder noodzakelijk zijn. Ook worden hiermee de kosten voor de politie, justitie en de gevangenis bespaard. Daarmee voorkom je bovendien ernstiger delicten die buurtbewoners zo’n onveilig gevoel geven.”

‘Kijk niet alleen naar het IQ, maar beoordeel het volledige plaatje’
Licht verstandelijk beperkten met een IQ tussen 70 en 85 worden vaak ten onrechte niet behandeld. Mensen die vlak boven de 85 scoren zijn formeel niet licht verstandelijk beperkt, maar kunnen soms toch ook de problemen van die groep vertonen. Ook zij kunnen vaak beter behandeld worden dan opgesloten.

Neem Mahmida uit de Haagse Schilderswijk. De Marokkaans-Nederlandse twintiger – hier onder pseudoniem – zit vast. Hij is lid van een bende die bekend staat als ‘Bende van de Delftselaan’ en werd op 2 januari dit jaar door een arrestatieteam overmeesterd in de buurt van zijn ouderlijk huis. Hij was voortvluchtig. Hij wordt verdacht van bedreiging met een (nep)vuurwapen en het inrijden op een politieman. De strafeis zou poging tot doodslag kunnen worden. Maar zijn zaak moet nog inhoudelijk worden behandeld.

Mahmida is vorig jaar in Trouw geportretteerd. De ex-jeugd-tbs’er vertelt zijn verhaal in de serie ‘Bende van de Delftselaan’, waarin de daden en impact van een Marokkaanse criminele jeugdgroep werden beschreven. Hij heeft een IQ van 86. Hij krijgt een Wajong-uitkering, maar aandacht lijkt er voor zijn verstandelijke beperking niet te zijn. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat een kwart tot de helft van de straatcriminelen een licht verstandelijke beperking heeft.

Perdiep Ramesar − uit:Trouw 21/06/12,
© Thinkstock